






Veel ouders ervaren dat hun baby na de eerste weken ineens slechter gaat slapen. De onrust uit zich meestal door maaiende armpjes en huilen.
Reflexen
Deze verschijnselen doen zich meestal voor tussen de vier en zes weken. Dit is het moment waarop baby’s beginnen met het maken van onwillekeurige bewegingen. Deze 'reflexen' horen specifiek bij pasgeborenen. De meest bekende reflex is de MORO-reflex, ook wel “schrikreflex” genoemd, die later zal overgaan in gerichte bewegingen, bijvoorbeeld om iets vast te pakken. De baby is op deze leeftijd nog niet in staat deze bewegingen te controleren.
Twee dingen kunnen een baby erg onrustig maken:
1. overprikkeling door teveel indrukken
2. gebrek aan een gevoel van geborgenheid
Indrukken
Een pasgeboren baby is een soort spons; hij slaat alles op wat hij hoort, ziet en voelt. Dit alles te verwerken is heel moeilijk; gaandeweg moet hij leren dit te kanaliseren. Het is daarom belangrijk om ervoor te zorgen dat een baby niet teveel te verwerken krijgt. Ouders kunnen dit voorkomen door gedurende de dag een vast patroon aan te houden zodat de baby weet wat er wel en niet gaat gebeuren. Vaak wordt er gesproken over “rust en regelmaat”, wij spreken liever over “rust en voorspelbaarheid” omdat met name die voorspelbaarheid voor de baby van groot belang is. Kijk verder bij “Rust en Voorspelbaarheid” over manieren waarop u dit zou kunnen aanpakken.
Geborgenheid
Ter ondersteuning van rust en voorspelbaarheid, is het bieden van bewegingsbeperking een probaat middel. Als de ruimte om de baby heen wordt verkleind, ontstaat er een gevoel van geborgenheid dat ervoor zorgt dat de baby zich ook veiliger voelt. Hij is in de baarmoeder gewend geweest om beperkt te kunnen bewegen en hij wordt meestal een stuk rustiger als er na zijn geboorte ook iets van deze beperking aanwezig is. In een kleinere ruimte wordt voorkomen dat hij zichzelf wakker maakt door zijn tijdens het slapen maaiende armpjes.
De Puckababy
De Puckababy is zo gemaakt dat de baby de bewegingen die bij het MORO-reflex horen nog wel kan maken, wat essentieel is voor zijn ontwikkeling, maar niet zo hevig dat hij er onrustig van wordt of zichzelf wakker maakt. De Puckababy vormt een soort coconnetje om de baby heen. Prematuur en dysmatuur geboren baby’s hebben vaak ook last van onrustig slaapgedrag. Zij kunnen goed worden geholpen met het verhogen van het gevoel van geborgenheid.
Medische Oorzaak
Vaak is veel huilen het gevolg van onrust bij de baby. Het invoeren van rust en voorspelbaarheid kan dan veel oplossen. Echter, de Puckababy is geen oplossing voor alle problemen!
Er kan ook een medische oorzaak zijn. Denk dan bijv aan blokkade van de nekwervel, reflux en allergie. Als u zich zorgen maakt over het gedrag of de gezondheid van uw kind, raadpleeg dan altijd de huisarts of uw consultatiebureau!
Rust & Voorspelbaarheid Bron: Dr Sylvia Nossent, Zelfstandig pedagogisch adviseur in voorzitter Stichting Babywerk
Baby’s houden van herhaling: de voldoening van voorspelbaarheid
Keer op keer hetzelfde grapje, hetzelfde spelletje tijdens de luierwisseling, dezelfde speelgoedjes op de bekend plekjes: het is baby’s niet snel teveel van hetzelfde! Hoe dat komt? Denk je eens in dat je de hele dag (en nacht) nieuwe indrukken opdoet. Steeds is er veel nieuws te beleven: je ziet, hoort, voelt, ruikt, merkt van alles wat er om je heen en in je lijfje gebeurt. Allemaal ervaringen die je niet eerder proefde. Ook staat je wereld steeds weer helemaal op zijn kop als je zelf een nieuw ‘kunstje’ leert, zoals je eigen handjes pakken, of jezelf afzetten en omdraaien van rug naar buik. Dan ben je blij dat er steeds opnieuw ook ervaringen zijn die je herkent en die je kunt voorspellen: je weet wat er komen gaat en dat is juist de grootste pret. Je snapt de wereld en de mensen om je heen toch ook wel een beetje. Door met kleine variaties af te wijken van de bekende spelletjes en routines bij de verzorging blijft het zowel vertrouwd als spannend voor je baby.
In je baby zelf liggen antwoorden op vragen
Hoe meer je naar je baby kijkt, hoe meer je ziet en begrijpt wat hem bezighoudt, wat hij fijn en gezellig vindt, wat hij niet prettig vindt en waar hij zelfs boos van wordt. Als je dus met vragen zit over de zorg voor je baby, begin dan eens met goed te kijken en te luisteren naar hoe hij zelf reageert, bijvoorbeeld op speelgoed dat je aanbiedt of op bepaalde routines bij de verzorging. Als het te heftig voor je baby is zal hij dit aangeven door met zijn ogen te knipperen, weg te kijken, zijn hoofd om te draaien, met zijn lijfje te wurmen, zijn vuistje te ballen, zich schrap te zetten of (uiteindelijk ook) huiltjes te laten horen. Vindt hij het prettig wat je doet dan zie je dat hij ontspant, dat hij zijn aandacht probeert vast te houden of na een korte pauze van wegkijken, opnieuw zijn blik tot je wendt. Door goed naar je baby te kijken leer je hem steeds beter kennen. Je kunt ervan op aan dat jij, als moeder en als vader, de meest vertrouwde mensen in zijn buurt zijn. Hij herkent je direct aan je geur, je stem, je manier van vastpakken, hoe klein hij ook is, ook zelfs direct na de geboorte.
Veel voor je baby is al bekend van voor de geboorte
Je baby herkent al veel van zijn omgeving vanuit de indrukken die hij opdeed voor de geboorte: de radio die speelt, de deuren in huis die slaan, de hond die blaft, de klok die slaat, de stemmen van zijn ouders en van andere kinderen in je gezin. Al deze geluiden en klanken zijn geen nieuws voor je baby na de geboorte, al klinken ze een beetje anders dan voorheen, toen ze door de buikwand en het vruchtwater heendrongen. Zo kun je merken dat je kind, in tegenstelling tot wat je had verwacht had, gewoon doorslaapt als de hond aanslaat. Je kunt ook veel doen om geruststelling en voorspelbaarheid in het leven van je baby te bevorderen, namelijk door bekende geluiden (muziek, liedjes die je zingt) en routines (samen kletsen na de voeding) steeds weer te herhalen. Het zijn die langzaam veranderende gewoonten waar je baby zijn rustpunten in vindt. En gaat het eens een dagje anders dan anders, bijvoorbeeld omdat je samen met je kind op stap bent geweest, geef hem dan de tijd en ruimte om na afloop weer even helemaal tot zichzelf te komen, hem te troosten als het teveel geweest is. Door dit te benoemen geef je aan dat je ziet wat er voor hem speelt.
Hoe ga je om met grote verandering van overgangen in het ritme?
Moest je baby een tijdje in het ziekenhuis blijven? Dan is het even wennen om thuis te komen. Niet alleen voor jou, maar ook voor je baby. Door de eerste dagen de dagindeling en routines van het ziekenhuis nog even vol te houden en vandaar langzaam naar een ander (voor hem en jullie als ouders beter passend) ritme te groeien, geef je je baby de kans de veranderingen zoveel mogelijk te blijven volgen en soepel mee te bewegen. Grote overgangen en sprongen in de verzorging kun je proberen op te vangen en te begeleiden. En loopt het toch een keer allemaal heel anders dan je had gewild? Een ‘goed gesprek’ met je baby daarover kan soms wonderen doen: vertel hem maar gewoon in simpele bewoordingen wat er aan de hand is en wat je zo naar, vervelend of juist leuk en spannend vindt. Door je zo direct tot je baby te richten in een hectische situatie breng je in ieder geval over dat je hem heus niet vergeet. Je realiseert je ineens nog meer hoe het voor je baby moet zijn om zo van streek of zo uit zijn ritme te zijn. Dat alleen al kan maken dat je zelf kalmeert en tot rust komt, wat de baby zeker niet zal ontgaan!
Babyzorg kan niet zonder zelfzorg
Als je zelf wat aan ontspanning en slapen toekomt vallen veel puzzelstukjes van je nieuwe leven met een baby sneller op hun plek. Hoe organiseer je dat? Hoe zorg je dat je aan jezelf en aan voldoende slaap toekomt? Allereerst door op te merken hoe je er zelf voor staat! Sta je toe te voelen hoe het met je gaat. Loop je op je tenen? Heb je het gevoel bergen te kunnen verzetten? Of kun je eenvoudig weg niet meer en moet je toch door, voor je gevoel? Veel jonge moeders en vaders zijn zo druk met hun nieuwe kleine, het bezoek, de nieuwe spulletjes, het extra huishouden, de al maar weerkerende voedingsmomenten, dat ze helemaal vergeten aan zichzelf te denken. Op zich niks mis mee, hoort er helemaal bij, maar probeer van die beginnersroes geen levensstijl te maken. De ervaring van veel ouders leert dat dat je een keer gaat opbreken. Schroom niet zo af en toe hulp in te roepen, zodat je eens een keer echt een goede nacht kan maken, of een middagje de stad in kan. Ga naar de film, lees een boek, koop iets leuks voor jezelf, neem een heerlijk kruidenbad…, wat voor manieren je ook maar verzint om er even ‘helemaal uit te zijn’. Daarna geniet je met nieuwe ogen en oren van je kind en van het vader- of moeder zijn.